financiering na de economische crisis

Economische groei

De Nederlandse economie komt langzaam op stoom. Bedrijven zien hun omzet en winstgevendheid weer toenemen. Na de lastige jaren die achter ons liggen is groei weer het credo. Gelukkig zou je zeggen, maar groei kan ook problemen met zich mee brengen. De groei moet namelijk ook gefinancierd worden. Door de lessen van de laatste jaren hebben financiers echter geleerd om terughoudend te zijn in het al te gemakkelijk verstrekken van financiering. Om tegenwoordig een financiering te krijgen moet je goed beslagen ten ijs komen.

Financiering

Het financieringsplan

Een goed en degelijk financieringsplan is daarbij onontbeerlijk. Ten tweede is het van belang dat er bij het aanvragen van een groeifinanciering alle mogelijkheden worden benut die er tegenwoordig zijn. Zo kent de overheid verschillende steunmaatregelen die het risico voor een financier beperken. Eén voorbeeld hiervan is het borgstellingskrediet voor het midden- en kleinbedrijf (BMKB). Een ander voorbeeld is de Groeifaciliteit.

Steunmaatregelen

Het borgstellingskrediet

Met het borgstellingskrediet (BMKB) staat het ministerie van Economische Zaken voor een deel garant voor bedrijven die een lening willen afsluiten, maar de bank niet genoeg zekerheid kunnen bieden (‘onderpand’, zoals gebouwen of machines). U komt in aanmerking voor de regeling als u een onderneming heeft met minder dan 250 medewerkers met een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen. Voor startende en innoverende bedrijven zijn er nog extra gunstige voorwaarden. 

Rijksdienst

Groeifaciliteit

Ondernemers moeten soms omgaan met situaties waarin ze doorgaans risicodragend vermogen nodig hebben. Voorbeelden van deze situaties zijn: snelle groei, uitbreiding naar het buitenland, een overname of een reorganisatie. Het ministerie van Economische Zaken helpt bedrijven bij het aantrekken van risicodragend vermogen met de regeling Groeifaciliteit. Dit doet het ministerie door garanties te verstrekken op achtergestelde leningen van banken en op aandelen van participatiemaatschappijen. De verantwoordelijke voor de uitvoering is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.